Doorstroom van WW naar bijstand vooral een grootstedelijk probleem

13 april 2016

 Laagopgeleiden, alleenstaanden en 55-plussers hebben de grootste kans om vanuit de WW door te stromen naar de bijstand. Dit geldt ook voor WW’ers die wonen in wijken met een lage sociaaleconomische status. Deze groepen werklozen zijn sterk vertegenwoordigd in de grote steden, waardoor daar relatief veel mensen vanuit de WW in de bijstand terechtkomen. Beleid van gemeente ’s-Hertogenbosch gericht op het beperken van de instroom in de bijstand lijkt succesvol te zijn. Dit staat in een vandaag gepubliceerd rapport van UWV.  

Slechts een beperkt deel van de mensen met een WW-uitkering van UWV heeft na het aflopen van de uitkering recht op bijstand van de gemeente.  Een en ander is afhankelijk van persoonlijke omstandigheden. Zo is er veelal geen recht op een bijstandsuitkering als de partner inkomen heeft of de aanvrager veel spaargeld bezit. Voor de werkzoekende betekent de doorstroom een langere uitkeringsafhankelijkheid, meer inkomensverlies en mogelijk langdurige werkloosheid.  

Het aantal mensen dat na afloop van de WW-uitkering in de bijstand komt, groeide in de afgelopen vijf jaar onder invloed van de economische crisis van 26.000 naar 33.000. Het percentage dat doorstroomt schommelt echter al jaren rond de 6,5%. Naar verwachting groeit de doorstroom niet verder de komende jaren, vanwege het herstel van de economie. Het doorstroompercentage zal naar verwachting stabiliseren op 6%.  

Verschillen tussen gemeenten

Er zijn grote verschillen in de doorstroom naar de bijstand tussen grote en kleine gemeenten. Het doorstroompercentage varieert per gemeente van 0 tot 11 procent. Uitschieters naar boven zijn onder meer Den Haag (11,2%), Delft (10,4%) en Groningen en Leeuwarden (9,9%). In het algemeen kennen grote steden een hogere doorstroom dan kleinere steden, vanwege het hoge aandeel alleenstaanden, alleenstaande ouders met kinderen, laagopgeleiden en ouderen in de WW. Ook wonen veel WW’ers er in wijken met een lage sociaaleconomische status. De G4-gemeenten kennen gemiddeld een zeer hoge doorstroom, met uitzondering van de gemeente Utrecht waar een groot deel van de werklozen met een WW-uitkering hoogopgeleid is en woonachtig in wijken met een hoge sociaaleconomische status.   

Preventie

Voor gemeenten betekent de doorstroom vanuit de WW, die een vijfde vertegenwoordigt van alle nieuwe bijstandsuitkeringen, een fors beslag op de budgetten en een hoge werklast. Gemeenten proberen daarom om samen met UWV de doorstroom te beperken. Zo wordt in ’s-Hertogenbosch in een vroeg stadium gekeken of WW’ers recht hebben op bijstand en krijgen zij intensieve coaching aangeboden door UWV vanaf drie maanden voor het aflopen van de WW-uitkering. Daarbij is er extra hulp bij het zoeken naar vacatures, het opstellen van een CV en het solliciteren. Naar schatting van UWV komen hierdoor in ’s-Hertogenbosch jaarlijks 100 tot 140 mensen minder in de bijstand terecht, een beperking van de doorstroom met 30 tot 40%. UWV pleit voor meer onderzoek naar het effect van interventies die de doorstroom beperken.

Het totale rapport vind u hier